|
D.V.U. Geschiedenis
|
|
|
De geschiedenis
In september 1963 was ondergetekende secretaris van de Amateurtuinders-vereniging Ons Buiten. Deze vereniging vierde dat jaar haar 35-jarig jubileum voor die tijd op grootse wijze in het Panhuis bij de kerk in Tuindorp. Dit gebeurde met een tentoonstelling van tuinproducten en met inzendingen van de gemeente Utrecht, de botanische tuin Cantonpark en de Utrechtse bijenvereniging, met prachtig groot aardewerk van de firma Mobach in de tuin en bij de kerk.
Om
de zaal zo optimaal mogelijk te gebruiken was er +/- Door ons oud bestuurslid de heer Van de Pijl werden wij erop geattendeerd de heer De Boer uit Zwolle (toen een zeer bekend amateur Dahliakweker) te verzoeken daaraan een ruimtelijke invulling te geven met Dahlia's. De heer en mevrouw De Boer hebben daar toen dankbaar gevolg aan gegeven. Met eigen kweeksels en middels een partij bloemen van de beroemde Dahliakweker Maarse uit Aalsmeer werd de resterende ruimte op een prachtige manier gevuld met vele Dahlia's op een schitterende manier opgestoken in zwart geschilderde 5-liter Jam blikken van het leger met als stopgroen rechte loten liguster. Deze "totaal" tentoonstelling was een geweldig succes. Niet in de minste plaats dankzij de geweldige publiciteit met foto's in de media. Een leuke anekdote tijdens dat gebeuren: wij hadden zeldzame orchideeën en vleesetende planten. Hoe vaak de vraag gesteld werd hoe laat de voeding plaats zou vinden was ontelbaar. De heer Van de Oudenalder stuurde ze naar mij en ik naar hem. Dan vingen we een vlieg en de voeding kon aanvangen! Spoedig na de opening van de tentoonstelling kwamen er enige mensen op het idee een Dahliavereniging op te richten eventueel als onderdeel van de A.t.v. Ons Buiten. Wij van Ons Buiten stelden ons direct positief op bij dat idee. De op te richten vereniging moest echter wel zelfstandig worden naar onze mening. Ons Buiten zou helpen en bijstaan daar waar dat nodig en mogelijk was. De heren van de suggestie; Van de Pijl, Van de Meer en Klarenbeek W. sr., zijn toen direct aan het leden werven geslagen. Direct ook werden visjes uitgegooid naar interesses bij de aspirant-leden voor bestuursfuncties. Ik meen, dat het eerste bestuur bestond uit de voorzitter de heer Van Blaricum (zoon van een legendarisch lid van Ons Buiten), de penningmeester de heer van de Pijl en de secretaris de heer W. Klarenbeek sr.
Het eerste jaar waren er +/- 25 leden en 10 donateurs meest voortkomend uit de leden van Ons Buiten. De eerste tentoonstelling werd gehouden in de oude kantine van Ons Buiten. Alle bloemen werden in de reeds genoemde jamblikken opgestoken. De te kweken Dahliastekken waren gekocht bij Dahliakweker Maarse. Prachtige stekken waren het opgekweekt in stenen potjes. Wie die eerste tentoonstelling heeft gekeurd weet ik niet meer precies, maar ik dacht de heer De Boer of de heer Willemse die samen met zijn dochter bekend onder de naam Dinie van Ommeren de vaste keurmeesters waren bij Ons Buiten. De prijsvragen behelsden diverse klassen en variëteiten te weten: pompon, decoratief, cactus en semi-cactus met inzendinggroepen voor 3, 6, 9 en 12 stuks per soort. Voorts was er een aparte klasse voor de leden waar de tentoonstelling werd gehouden. De bedoeling was interesse te kweken bij de leden van zo'n vereniging. Een eventueel lidmaatschap van de Dahliavereniging kwam dan al gauw om de hoek kijken. De meeste deden dat ook, op ‚‚n na, die minimaal 10 jaar met succes aan de prijsvraag voor de verenigingsleden deelnam zonder ook maar de geringste aanstalten te maken lid te worden van de Dahliavereniging. Voor de allereerste tentoonstelling had ik zelf 5 stekken gekocht van de soort Beauty of Baarn, een gele semi-cactus die gekweekt was door de firma Bruidegom uit Baarn. Het geluk was met mij. (De heer de Boer had ons in een voorlichtingsavond de teelt van het gewas verteld) Alle vijf de stekken bloeiden op het juiste moment met 4 bloemen van goede kwaliteit. Ik had zodoende 12 goede bloemen en vervolgens was ik de gelukkige bezitter van de eerste wisselbeker. Ik heb er nog een foto van. Om de lengte van de stelen en de grootte van de bloemen te accentueren stond mijn zoontje van toen 2 1/2 jaar er naast. Omdat de "DVU" terecht op eigen benen wilde staan en de hobby verder wilde uitdragen is de volgende tentoonstelling gehouden in het gebouw van de Scouting aan de Kardinaal de Jongweg bij hopman Van Druten. Intussen kwam er een mutatie in het bestuur de heer Van Blaricumwerd opgevolgd door de heer Wolf. Van de inmiddels gespaarde centen werden de eerste kunststoffen vazen aangeschaft die bij de tentoonstellingen daarop regelmatig een goede toepassing vonden. Het voorzitterschap van de DVU werd in die beginjaren vaak aan anderen overgedragen. Zo waren daar tijdens overlappingperiodes de heer Van de Oudenalder (toen ook voorzitter van Ons Buiten) de heer G. Verbon en mijn persoontje periodiek voor die functie geroepen. Bij een van de tentoonstellingen deed zich een probleem voor met een keurmeester. Deze keurmeester, een zeer gerenommeerde bloemist uit Utrecht, die we met veel moeite konden inschakelen wilde per slot wel eens een ander aangezicht. Hij begon al moeite te hebben met alle prijsvragen. Toen dat was opgelost kon het keuren beginnen. Als begeleider van de keurmeester kon ik me volledig vinden in de manier van keuren, totdat hij bij een inzending van 12 lila Baldahlia’s kwam van in mijn ogen uitmuntende kwaliteit.
De honorering was een magere 6-. Als jong broekje keek je tegen zo'n man op. Ik dacht dit kan niet. Voorzichtig informeerde ik naar het manco aan de bloemen. Het antwoord was: "een "boerendahlia" heeft totaal geen handelswaarde" en daar moest ik het dus maar mee doen. Uiteraard wist ik van wie ze waren (v.d. Pijl) en ik wist ook, dat aan de stekken een stevig prijskaartje had gehangen. Maar de man was niet te vermurwen het was en bleef niets. Een van de afspraken vanaf het begin, was dat de keurmeester beslist. Daar werd dan ook niet aan getornd, maar leuk was het niet. Er was die dagen voldoende gesprekstof. De beroemde keurmeester hebben wij maar niet meer uitgenodigd. Na een aantal jaren werden de tentoonstellingen afwisselend bij de Utrechtse Amateurtuindersverenigingen gehouden. Dit had tot gevolg, dat er een grotere spreiding van de leden kwam. In die beginperiode werden er al bezoeken gebracht aan zusterverenigingen tijdens hun tentoonstellingen. Dit gebeurde o.a. bij de tuinen van de Dahliavereniging De Peperbus in Zwolle, alwaar niets anders dan Dahlia's werden gekweekt. Daar stak je dan veel over je hobby op. In die ruim dertig jaar Dahliakweken is mijn conclusie dan ook: deze bloemsoort is sterk aan mode onderhevig; de mooiste varieteiten zijn vaak na een aantal jaren niet meer in de handel verkrijgbaar of men geeft dezelfde bloem een nieuwe naam. Zelf wilde ik na +/- 10 jaar kweken de Beauty of Baarn weer planten. Toen waren er 4 min of meer grote stekken-leveranciers te weten: Maarse uit Aalsmeer, Bruidegom uit Baarn, Aartsen uit Harderwijk en Geerlings uit Heemstede. De gewenste stekken waren nergens te koop. Jaren later kwam ik erachter, dat de soort later de naam had gekregen van een jubilerend personeelslid van de firma Bruidegom. De allerbeste verkoopbare oudere soorten blijven wel in de prijslijsten gehandhaafd. Zo zie je daarin nog steeds als voorbeeld: Doris Day, Bachus, Glorie van Heemstede en zo meer. Af en toe trad de DVU afgezien van haar jaarlijkse verenigingstentoonstelling naar buiten. Zo ook bij het 35-jarig bestaan van de A.t.v. De Pioniers. De oprichter van deze Amateurtuindersvereniging was de heer Hellevoort. Deze man had een enorme verdienste voor het amateur tuinders gebeuren in Utrecht. Hij was zeer kritisch en niet gemakkelijk in de omgang. Door problemen had hij weinig of geen medewerking van zijn leden bij dit jubileum. De DVU verzorgde mede daarom het bloemwerk met gebruikmaking van Dahlia's. Er was een schitterende inzending van de heer v.d. Pijl van +/- 20 stuks Polar Seijl. Dit was een prachtige decoratieve spierwitte Dahlia met mooi gevulde bloemen. Tijdens de openingstoespraak van de burgemeester De Ranitz begon ‚‚n van de oudere leden van De Pioniers, die al een voorproefje van de tentoonstelling had genomen, op een luidruchtige manier gewag te maken van zijn onmin. "Het was geen werk, bloemen te leveren die in een kas gekweekt waren". Het gelukte ons hem naar buiten te krijgen en hem vervolgens een bloem te tonen, die van iets mindere kwaliteit was. Het lukte ons maar gedeeltelijk hem te overtuigen van zijn ongelijk en hem enigszins te kalmeren. Zo ook kwam er op vrijdag een collega in zak en as bij mij. Hij was voorzitter van een verzamelaarvereniging in Utrecht. Zij hadden een ruilbeurs georganiseerd in Tivoli toenmalig gesitueerd in het noodgebouw Lepelenburg.
Ze
hielden +/- Met de heren v.d. Pijl en Verbon met zijn vrachtwagen zijn we zondag 's-morgens om 6 uur naar Tivoli getogen. Met bloemen en veel kienhout werd een mooie show opgezet. We kregen ontzettend veel belangstelling en een paar nieuwe leden. 's-Avonds gingen we doodmoe naar huis als beloning hadden we een theelepeltje van de verzamelaarvereniging ontvangen. In 1972 nam de DVU voor het eerst deel aan een Dahliatentoonstelling op de Floriade, toen op lokatie te Amsterdam
in
het Amstelpark. De tentoonstelling ruimte was gelegen in de RAI. De DVU had een
ruimte toegewezen gekregen van Van de meeste variëteiten waren er 12 stuks. Maar soms waren het er ook minder per soort. De waardering door de zogenaamde VKC (Vaste Keuring Commissie) leverde het volgende beeld op: 1x zilveren 1x brons. Al met al was het resultaat niet enorm. We waren er echter blij mee.Van de verdiende 300 gulden werden door de DVU later zwart plastic vazen gekocht. Dat je een bloemist beter geen Dahlia's kan laten keuren is al vermeld. Maar als je Dahliakwekers, ook al zijn het goede, bloemstukjes laat keuren dan kan dat ook problemen geven. Op een van onze jaarlijkse verenigingstentoonstellingen op dat moment gehouden in de Tuinbouwschool in Utrecht-Noord, kregen de bloemstukjes, waarin Dahliaknoppen of onvoldoende geopende bloemen verwerkt waren een slechte waardering. De bloemen waren niet even groot, zo vonden de keurmeesters. Sindsdien vragen we voor verenigingstentoonstellingen voor de keuring van de snijbloemen en de bloemstukjes aparte keurmeesters. C. Sanders met bijdrage van B. v.d. Kroef Periode 1976-199 Na 1975 kwamen er nieuwe bestuursleden in de DVU met frisse ideeen. Zo ook werd het plan opgevat buiten de traditionele tentoonstellingen bij de Amateurtuindersverenigingen ook onze bloemen te tonen bij bejaarden- en verzorgingstehuizen. De locaties waren: verpleeghuis Roosendaal, zorgcentrum Albert van Koningsbruggen en revalidatiecentrum De Hoogstraat te Utrecht. Dit was iets nieuws. Vooral ook voor leden en medewerkers, die nimmer in zo'n huis geweest waren. Het effect op de bewoners van zo'n tehuis en de reacties, die je als medewerker ervoer waren vaak geweldig. De shows werden door de patienten maar ook het verplegend personeel zeer op prijs gesteld. Het was vaak dankbaar werk. Persoonlijk zal ik niet vergeten, dat in huize Koningsbruggen ‘s-avonds de bloemen gebracht werden. Een zeer oude man toonde belangstelling. De volgende morgen om acht uur zat hij in zijn wagentje te wachten op de aanvang van het opsteken van het bloemwerk. Later vertelde hij dat het de mooiste dag van zijn verblijf in het tehuis tot dan toe was geweest. Hij had namelijk in zijn jongere jaren ook Dahlia's gekweekt. Ook de opmerking: mijn vader kweekte vroeger ook Dahlia's werd veel gehoord. Dergelijke reacties gaven voor ons dan een zekere voldoening. Je kreeg het gevoel zinvol bezig te zijn geweest. Je was in staat je liefhebberij op de oudere over te dragen en hen daarmee wat te bieden. De DVU nam in 1987 ook deel aan een grote tentoonstelling bij tuincentrum Utrecht-Zuid ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van het Algemeen Verbond van Volkstuinders in Nederland. Naast de DVU werd deze tentoonstelling gedragen door vele Amateurtuindersverenigingen uit heel Nederland. Daarnaast waren vrijwel alle Utrechtse Amateurtuindersverenigingen aanwezig. De show van de DVU werd opgebouwd middels uitstekende inzendingen van Dahlia snijbloemen, Topmix Dahlia's in pot, bloemstukjes en het tonen van het stekken van Dahlia's. De knollen waren daartoe tot half september bewaard in een koelcel. Toen opgelegd en tijdens de show kon er gestekt worden. De nationale Dahliatentoonstellingen werden inmiddels ook vanuit de DVU geregeld bezocht. In die jaren werden enige leden geïnviteerd lid te worden van de Nederlandse Dahlia Vereniging. Het lidmaatschap van de DVU bij de NDV was dan ook al gauw een feit. Toen men de overtuiging had, dat de kwaliteit van de eigen kweeksels, die van de noodzakelijke kwaliteit bij NDV tentoonstellingen benaderde, werd besloten aan deze tentoonstellingen deel te nemen. Dit gebeurde met wisselend succes. Zowel de vaas- als de standkeuring gebeurde op kwaliteit. Daarnaast werd een stand op arrangementswaarde beoordeeld. Aan deze Nationale Dahliatentoonstellingen is door de DVU (of door leden) inmiddels vele malen deelgenomen: 2x de Flevohof, Heerde, Schiedam, Amersfoort. Zwolle, de Floriade te Zoetermeer en natuurlijk Lisse (hier behaalden we het beste arrangement resultaat). Langzaam zie je in het resultaat van onze deelname een stijgende lijn. Een lijn die zijn oorsprong vindt in meer Dahlia's, maar ook een stijgende ervaring en inzet van de kwekers. Voor de tentoonstelling te Zwolle (op vaaskeuring gebied behaalde we daar ons tot nog toe beste resultaat) werd door een van onze leden op zijn kosten een knaap van een vrachtauto gehuurd. De bloemen werden door dat lid bij de afzonderlijke verzameladressen opgehaald. De dag erop ging de hele karavaan met de vrachtauto voorop richting Zwolle.
De
vrachtauto was ongeveer Hoewel het aantal leden intussen nauwelijks groeide, werden de tentoonstellingen en de shows in de loop der tijd groter. Door de leden werden meer stekken aangeplant en ook de kwaliteit van de bloemen werd beter. Dit kwaliteitsfenomeen is tijdens de wedstrijdtentoonstelling een heet hangijzer. Het is vaak moeilijk tegen een lid te vertellen, dat de kwaliteit van de door hem of haar gebrachte bloemen de toets der kritiek niet kan doorstaan. Toch was en is dat soms nodig. Daarnaast kwamen de leden soms met te weinig bloemen van een soort aanzetten om aan een prijsvraag deel te nemen. De nog goede bloemen werden dan vaak in showstukken opgewerkt. Voor die nieuwe leden is de mogelijkheid deel te kunnen nemen aan de tentoonstellingsprijsvragen: van 6-9, 9-12 en 12-25 stuks per soort van extreem belang. Zeker gaat dit op voor de prijsvraag 6-9 stuks. Het zijn immers vaak de nieuwe leden, die in de beginfase van hun lidmaatschap niet toekomen aan een grotere inzending mogelijkheid. Onze eigen jaarlijkse tentoonstelling, is naast de organisatie ervan bij de diverse Utrechtse Amateurtuindersverenigingen, ook gehouden in de Hortus annex Botanische Tuinen in de Uithof te Utrecht. De shows zijn de laatste jaren gehouden in het tuincentrum Overvecht-Zuid en het daarnaast gelegen Groencentrum De Gagel te Utrecht. Voor deze shows, die de mogelijkheid boden de Dahlia aan wat breder publiek te tonen, ontving de DVU daarnaast een onkostenvergoeding. Een nadeel van een Nationale tentoonstelling is soms het feit, dat de geplande tentoonstellingsdata gelijk lopen met de eigen tentoonstellingsdata. Het belang van een deelname aan zo'n Nationale tentoonstelling zul je dan moeten afwegen tegen het belang van de eigen tentoonstelling Daarbij hebben de leden van de DVU in het verleden afgesproken, dat de vereniging tentoonstelling data zo gunstig mogelijk dienen te liggen en dat is dan meestal begin september. De conclusie voor de eigen tentoonstelling te moeten kiezen ligt dan gauw voor de hand. Immers de eigen vereniging is en blijft de basis van de Dahlia Vereniging Utrecht. De leden moet altijd de kans gegeven te worden te presteren onder de meest maximale omstandigheden.Om de teelt en de kwaliteitsbeoordeling van de Dahlia voor ons als amateur zo goed mogelijk te doen zijn, gingen een aantal leden van de DVU een zogenaamde keurmeestercursus volgen via de NDV. Bij deze cursus werden vrij hoge normen gehanteerd voor het criteriumof je wel of niet een keurmeestercertificaat behaalt. Het is goed te weten, dat de DVU diverse leden in haar midden heeft, die het certificaat hebben behaald. Het waren vaak die leden, die de kwaliteitsaspecten over konden brengen op de jongere leden, zodat de kweek- en tentoonstelling kwaliteit geleidelijk op een hoger plan kwamen. In financieel opzicht is in deze periode veel van de grond gekomen. Was de DVU vroeger een wat armlastig clubje. Door met name een jaarlijkse tentoonstelling te organiseren bij een tuincentrum werd de kas in de loop der jaren wat gespekt. De financiële armslag van de vereniging werd daardoor wat groter. Daardoor weer de mogelijkheden t.a.v. de showaspecten.
Door
voorts de contributie van f. Jaren achtereen werden veel benodigde prijzen geschonken door een lid van de DVU, mede door deze ontwikkelingen is er door zorgvuldig bestuur een gezonde vereniging ontstaan.
C. Sanders en B. v.d. Kroef Aantekeningen over het nabije verleden Het was in de beginjaren '80 toen ik door de voor velen bekende hr. v. Harreveld attent werd gemaakt op het bestaan van de DVU. Hij slaagde erin mij mee te tronen naar ‚‚n van de tentoonstellingen, die op dat moment gehouden werd bij de A.t.v. Ons Genot. Daarmee begon voor mij een jarenlang durende passie voor het kweken van Dahlia's. Immers bij die eerste door mij aanschouwde Dahliatentoonstelling werd ik direct al gegrepen door de wilde schoonheid van de bloem op zich. Nu was het wel zo, dat ik al volop Chrysanten aan het kweken was. De Dahlia leek mij echter een waardevolle aanvulling op de bestaande kweek. In de loop der jaren echter verschoof dit kweekpatroon ook al door gewijzigde noodzaken geheel ten gunste van de Dahlia. In die beginjaren van mijn Dahlia kweekkunsten was ik vaak al blij als ik er in slaagde tijdens de tentoonstelling zes redelijke bloemen van een soort te hebben. Je was dan zo trots als een aap met zeven staarten. Later verbeterden mijn kweekresultaten allengs. Opmerkelijk daarbij is, dat de inspanning om tot een goed resultaat te komen dan kennelijk afneemt naar rato van het aantal gekweekte planten. Daar waar ik met veel moeite vroeger bijvoorbeeld 100 planten kon bijhouden met een dubieus resultaat, lukt het mij nu 1000 of meer planten te onderhouden zonder noemenswaardige extra inspanning met een vaak goed resultaat. Door de jaren heen krijg je kennelijk zoveel ervaring dat wat voor de buitenstaander of een beginnende kweker onmogelijk lijkt toch in de praktijk wel mogelijk blijkt te zijn. Wat ik nooit heb begrepen, gegeven mijn steeds gegroeide belangstelling voor het Dahliafenomeen, is dat anderen, die er kennelijk ook erg belangstellend in waren, zo maar van de een op de andere dag met de kweek ophielden. De oorzaken van zo'n verflauwde belangstelling zijn dan als je er achter probeert te komen m.i. al gauw wat dubieus. Men heeft er geen zin meer in of ineens andere belangstellingsvelden. Persoonlijk krijg ik dan het gevoel dat zo'n lid soms jaren achtereen alleen maar Dahlia's gekweekt heeft om tijdens de verenigingtentoonstelling de bevestiging van zijn kweekprestaties te verwerven. Als die prestaties niet of niet meer worden beloond met bekers en pluimages dan zie je de lust tot het kweken al snel wegebben. Andere zaken worden dan ineens erg belangrijk. Voor mijzelf gelden echter andere uitgangspunten. Ik heb de Dahlia leren kennen als een heel mooie bloem, met onschatbare waarde voor tentoonstellingen. Mijn kweekprestaties zijn er daarom steeds meer op gericht om tijdens een tentoonstelling met de Dahlia echt een show neer te zetten. Iets waaraan het publiek ogen tekort komt. Niet de eigen prestatie is voor mij erg belangrijk maar de totale prestatie, die je als vereniging neer zet. Immers, het is deze prestatie waarop we als vereniging door de buitenwacht beoordeeld worden. Een goede presentatie is vooral in het huidige vaak jachtige leven van extreem belang. Het publiek wil in het korte moment van aandacht iets moois zien. Hoe meer je de aandacht daaraan schenkt, hoe waardevoller men over de prestatie zal oordelen. Vooral de door ons gehouden en te houden shows bij de tuincentra zijn in dat opzicht van extreem belang. Op zo'n plaats is er bij uitstek de gelegenheid op een kunstzinnige en imposante manier met de Dahlia om te gaan. Hoe fraaier verwerkt hoe beter. De kijker zal daar in mindere mate interesse hebben voor het bekende steekvaasje met bloemen. Dat ziet men immers overal. De vormgeving van het showwerk en de nauw daarmee samenhangende onderbouw moeten de kijker het gunstige gevoel geven. Dat vaasje met bloemen met als het even kan een beker erbij is m.i. meer persoonsgericht. Het vereniging wedstrijdgebeuren dient zich daarom gegeven het prijsvragenaspect bij voorkeur in besloten kring plaats te vinden. De tentoonstellingen bij Amateurtuindersverenigingen zijn daarvoor bij voorkeur geschikt. Op die plaatsen komen de vaaskeuringen veelal wel tot hun recht en zijn daarbij terecht een belangrijk onderdeel voor de minder grootschalig kwekende DVU leden. Door zo met de Dahlia om te gaan, gaat er soms een andere wereld voor je open. Een wereld, die door twee medeleden van de DVU dhr. en mw. Dat op Dahliagebied min of meer op eenzelfde niveau werd ervaren. Het was immers dhr. M. Dat, die mij de mogelijk- en onmogelijkheden van de Dahliakweek op grotere schaal deed ervaren. Op hun tuin bij de A.t.v. Ons Genot kweekten en kweken ze beide al jaren een voor normale begrippen ontzaglijke hoeveelheid Dahlia's. Hun kweekwijze heb ik met wat kleine aanpassingen zoveel mogelijk overgenomen. Zo vertelde dhr. Dat me in de loop der jaren hoe je eigenlijk het beste de Topmix Dahlia kon kweken. In de beginjaren lukte het maar niet een toonbare plant te genereren. Maar gewapend met de kennis mij door hem ingefluisterd lukte het stilaan. Uiteindelijk kweekte ik er jaren achtereen honderden van een redelijke kwaliteit. Deze werden dan gebruikt voor de tentoonstellingen en ter verkoop t.b.v.de DVU zelf. Het kweken van die Topmix planten op pot was echter vreselijk veel werk. Per week was je er vanaf augustus minimaal 1 of 2 dagen mee bezig. Je was wat dat betreft blij als de tentoonstellingen waren afgelopen. Inmiddels ben ik met de kweek van potdahlia’s gestopt. De vrijkomende tijd kon ik beter benutten voor de kweek van snij Dahlia's. Dat heb ik ook gedaan. In 1991 zou in Heerde de Nationale tentoonstelling worden gehouden. De DVU nam daaraan -zo werd besloten- niet deel. Samen met dhr. en mw. Dat zou een deelname vanuit het Utrechtse m.i. best realiseerbaar zijn. Aldus werd besproken en besloten. Aanvankelijk zou de heer Sturkenboom ook deelnemen, maar om persoonlijke redenen ging dat uiteindelijk niet door. In de eerste week van september pal na onze eigen verenigingstentoonstelling ging het richting Heerde. Mijn vrouw en Peter Huijsen ( een buurjongen van de tuin) gingen
mee
om te helpen. In Heerde zouden we een showtje proberen neer te zetten op Peentjes hebben we gezweten. Zou alles wel goed komen? Uiteindelijk wilde de auto wel weer starten en lukte het ons de tentoonstellingruimte te bereiken. Die dag hebben we met een 1000 tal Dahlia's leuke show neergezet. Mw. Dat fabriceerde met veel geduld een tweetal prachtige bloemstukken in schilderijvorm, waarin de bloemen op aansprekende wijze opgestoken waren. Onze deelname werd uiteindelijk gewaardeerd met 2 zilveren medailles voor kwaliteit en arrangement. Bovendien behaalden we de beker voor de beste amateurs! Door mijn kweek van diverse Dahliasoorten en mijn inmiddels opgedane ervaringen als wedstrijdsecretaris tijdens de DVU tentoonstellingen, had ik kennis genomen van vele namen van Dahlia variëteiten. Ik dacht de vele namen van de door de DVU gekweekte soorten wel te kennen. Op de van mij bekende eigenwijze manier noemde ik tijdens de opbouw van een tentoonstelling de namen der soorten. Als iemand de naam van een soort niet wist, dan riep Sanders: vraag het maar aan de Neerlandicus. Dat was ik dus. Het was tijdens een tentoonstelling in de tweede helft van de jaren tachtig dat dhr. J. Klarenbeek jr. met een nieuwe variëteit op de proppen kwam. Niemand wist zogenaamd de naam van de soort. Tot de heer W. Klarenbeek sr. zich wist te herinneren, dat de soort David Ben Goerion heette. Ik al blij met deze aangename uitbreiding van mijn kennispakket op Dahliagebied nam deze naam volgaarne over. Als het maar even kon werd mij gevraagd wat de naam van die soort ook weer was. "David Ben Goerion" was steeds het luide antwoord. Niets was echter minder waar, de soort bleek uiteindelijk Cheerleader te heten. Dankbaar gebruikmakend van mijn wijsneuzerigheid had men mij in de fuik laten lopen! De heer Van de Kroef maakte in een voorgaande stukje al gewag van het gebeuren rond onze deelname aan de Nationale Dahliatentoonstelling in Zwolle. Hierop wil ik echter nog iets toevoegen.
In die jaren bestond er op De Hoge Weide een grote groep enthousiaste
bloemenkwekers. Naast de Chrysant werd de Dahlia op grootschalige wijze
gekweekt. Per jaar werden zo'n 2500 stekken aangeplant. Enfin de hoeveelheid
oogstbare Dahlia's was in augustus/september steeds enorm. Veel van die kwekers
waren tevens lid van de DVU. De heer J. Sturkenboom voor zijn doen een
verdienstelijk kweker van zowel Chrysanten als Dahlia's was indertijd diepgaand
betrokken bij het hele bloemengebeuren. Het gegeven dat we via de DVU voor het
eerst aan een Nationale tentoonstelling zouden deelnemen was voor ons een hele
ervaring. In al zijn enthousiasme kwam hij gaande het zogenaamde Zwolle jaar op
het idee een vrachtauto te huren. Dat gebeurde op zijn kosten. Het werd
uiteindelijk een geweldig grote vrachtauto van ongeveer Ik meen dat we hem samen dinsdagavond aan de Croeselaan op konden halen. E‚n van de eerste ritten was richting Vossegatselaan. Bij de heer van de Breul moesten de eerste bloemen worden opgehaald. Enfin na het inladen en de gezellige babbel onder het genot van een lekkere bak koffie konden we vertrekken richting Hoge Weide. Aan het eind van de Vossegatselaan moest een scherpe draai rechts gemaakt worden. Door allerlei geparkeerde auto's lukte dat niet zo best. De enige manier was wat dieper in te steken naar het tegenoverliggende perkje. Zo gezegd zo gedaan. Alles ging prima tot we een schurende geluid hoorden. Buiten bleek, dat tijdens de draai een aantal struiken met wortel en al met het linkervoorwiel waren meegelift en zich tussen het wiel en de carrosserie bevonden. Met vereende krachten lukte het ons de struiken los te werken en onze weg te vervolgen. Die avond waren we om een uur 's-nachts nog bezig met inladen van de laatste bloemen! Moe maar voldaan konden we daarna huiswaarts keren. Persoonlijk heb ik altijd veel plezier ervaren met het kweken van zaailingen van Dahlia's. In het najaar won ik van naar mijn mening geschikte ouderplanten de bruin gerijpte zaadbollen. Vooral Topmix en decoratieve soorten hadden dan mijn aandacht. Meestal in maart zaaide ik zaden in kweekbakken op soort uit. Tot ongeveer half mei lukte het dan meestal een flink aantal pootplanten te kweken, waarbij ik de decoratieve soorten altijd vooraf verspeende in flinke potjes. In de loop van de tweede helft van mei plantte ik de zaailingen uit. Na een meestal voorspoedige groei kon je dan ergens in augustus de eerste bloei verwachten. Schitterend was en is dan het moment waarop je de bloeiwijze kon bepalen. Vaak was het kwalitatief niet veel maar bijna altijd imponerend. De vele bloemvormen en kleuren geven je al gauw een enorm gevoel t.a.v. de natuur. Later als de bloei wat aantrekt zie je danontelbare bijen, hommels en vlinders en ander honing en stuifmeel zoekende insecten rondom de planten cirkelen. Vooral de openhartige zijn daarbij voor dat nijvere volkje in trek. In de loop der jaren heb ik zo toch nog heel wat kwalitatief goede soorten en dan vooral bij de Topmix kunnen kweken. U moet het zelf maar eens proberen. Het is zeker de moeite waard.
L. Bouman
Periode 1994-2002
In de loop der jaren zette het proces van het
verbeteren van de kwaliteit bij de kweek zich verder door. Wel werd bij de ATV
De Hoge Weide een gevoelige verlies geleden. Om uiteenlopende redenen zijn de
meeste Dahlia kwekers bij die vereniging gestopt. Dat proces werd in
Zomershow Hoge Weide 1988
Dit was mede een gevolg van het gevoerde bestuursbeleid bij die vereniging. Na 1992 werden door enkele leden nog wel wat Dahlia's gekweekt maar dat ebde steeds verder weg tot er op een na geen kweker meer over bleef. Die ene kweker was ik zelf. Vanaf 1992 bleef ik elk jaar trouw Dahlia's kweken voor de tentoonstellingen van de DVU. Uiteindelijk werden het er steeds meer, zodat er weinig kwantiteit verlies was uit die hoek. De kwaliteit was echter een ander verhaal. Door inspanningen van de heer en mw. Dat werd bij de ATV Ons Genot ook een start met het organiseren van Dahlia tentoonstellingen gemaakt. Jaarlijks werd en wordt er in het verenigingsgebouw door de leden van de ATV Ons Genot een mooie tentoonstelling neergezet. In de begin jaren werd de tentoonstelling vaak ondersteund door inzendingen buiten mededinging vanuit de DVU.
Allengs is deze noodzaak minder geworden. De leden van de ATV Ons Genot kweken zelf zoveel Dahlia's, dat externe bijdragen haast niet meer hoeven. Diverse leden van de ATV Ons Genot werden tevens lid van de DVU en versterkten daarmee ook voor de DVU tentoonstellingen het aanbod van bloemen.
Ons Genot 2002
Botanische Tuinen 2002 Centrale hal
Dat ging steeds verder. In 2002 werden bij de Botanische Tuinen in Utrecht 160 inzendingen genoteerd! Het geheel was dan ook een bloementapijt van jewelste. Dit werd nog versterkt door de tevens daar gehouden vaaskeuring van de NDV.
Vaaskeuring NDV Botanische Tuinen 2002 In die periode tussen 1994 en 2002 nam de DVU deel aan een landelijke tentoonstelling in Heerde, tweemaal werd mee gedaan aan een tentoonstelling in Lisse. De eerste keer was in kantoorruimte van het CNB gebouw. De tweede keer bij de Keukenhof in Lisse. De successen waren steeds stijgende. Vooral bij de Keukenhof werd een goed resultaat behaald. In de tussenliggende jaren deden drie leden van de DVU de heren Dat, v.d. Breul en Bouman steeds mee aan de landelijke tentoonstelling. Inmiddels zijn ze er twee keer in geslaagd de wisselbeker voor de liefhebbers in de wacht te slepen.
Inzending Liefhebbers Combinatie Lisse 1997
Lisse 2001 Keukenhof inzending Liefhebbers Combinatie Utrecht
De kwaliteit van de inzendingen is daar ook steeds stijgende. Het resultaat van de deelname aan de Floriade 2002 spreekt voor zich.
Inzending Liefhebbers Combinatie Utrecht en Ons Genot Floriade 2002
Diverse winnaars van een gouden waardering bij Floriade 2002 Op de foto rechts mw. Dat, hr. Dat en G. v.d. Breul Driemaal werd een gouden waardering behaald (boven de negen punten), dat leidde tot een gouden steen voor de inzending Top mix met 9,10 punten, een zilveren steen voor een inzending Cornel met 9,20 punten en last but not least een 9,00 voor de standkeuring. Deze prestatie werd beloond met een bronzen steen
|